Hoofdlijnenakkoord Medisch Specialistische Zorg op hoofdlijnen

Het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg is er. Het is afgesloten voor de duur van deze kabinetsperiode en loopt dus tot 2022. De inzet van het akkoord is om de kwaliteit en doelmatigheid in de medisch-specialistische zorg verder te bevorderen en de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg op lange termijn te borgen. Het akkoord onderschrijft de transformatiegedachte uit het rapport ‘De Juiste Zorg op de Juiste Plek’ van de Taskforce Zorg op de Juiste Plek onder leiding van prof. Van den Dungen van begin april dit jaar.

Het gaat over bewustwording. Het gaat ook over de beperkingen van ons huidige zorgsysteem. En die beperkingen, die zijn er. Geld bijvoorbeeld. Een andere beperking: tanende solidariteit. Een vraag die wel meteen bij me opkomt: wat als we er straks achter komen dat de juiste zorg al op de juiste plek zit? Vervalt dan het idee achter het akkoord? Tegelijkertijd durf ik niet al te hard te roepen. De Federatie onderschrijft het akkoord. Toch durf ik te stellen dat het akkoord in nette bewoordingen ventileert dat er bezuinigen moeten komen. Het lijkt verder een algemeen pleidooi over de houdbaarheid en herinrichting van ons zorgsysteem. Daarmee overstijgt het haar eigen titel. Het akkoord gaat immers ook de huisartsen aan. Juist vanwege die sterk onderschreven transformatiegedachte valt dan op dat diezelfde eerste lijn niet is betrokken bij de totstandkoming.

Over het akkoord

De verschillende bladen hebben al aandacht besteed aan het akkoord. De maximale volumegroei is volgend jaar 0,8 procent en neemt af tot nul in 2022. Medisch specialisten en gelijkgestelde beroepsbeoefenaren als klinische chemici, blijven buiten de WNT vallen. Zorginstellingen en zorgverzekeraars kunnen differentiëren in de maximale volumegroei. Partijen committeren zich aan de gewenste transformatie naar de juiste zorg op de juiste plek. Een belangrijke randvoorwaarde voor de beweging van zorg binnen en tussen sectoren is dat de financiering de patiënt zal volgen zolang dit niet leidt tot een wijziging van de bekostigingssystematiek. Verzekeraars en aanbieders maken daarover tijdens de contractering regionaal/lokaal afspraken. Er zijn onder voorwaarden transformatiegelden beschikbaar voor instellingen die het krimpscenario willen volgen. Het gaat om een bedrag van 425 miljoen euro verdeeld over de jaren.

Minister Bruins meldt: ‘Er zijn in dit akkoord afspraken gemaakt over een beweging naar de juiste zorg op de juiste plek, door de juiste professional, op het juiste moment en tegen de juiste prijs. Verder zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van regeldruk en over de aanpak van uitdagingen op de arbeidsmarkt. Met het akkoord wordt de groei van de uitgaven aan medisch-specialistische zorg afgeremd in lijn met de afspraken die hierover zijn gemaakt in het Regeerakkoord.’

De Federatie Medische Specialisten spreekt gematigd positief over het akkoord: ‘We hebben afspraken gemaakt over het behoud van de SKMS-gelden en over vermindering van de administratieve lasten. Ook komt er meer aandacht voor gezond en veilig werken en vermindering van de werkdruk. Daarnaast wordt er meer ingezet op e-health. We zijn tevreden met de afspraak de campagne ‘Betere zorg begint met een goed gesprek’ verder voort te zetten.’ Zorg op de juiste plek vraagt om een focus op netwerkgeneeskunde, aldus voorzitter Daniëls.

Ook de huisartsen lijken positief, maar stellen wel dat er een goed akkoord over huisartsenzorg op moet volgen: ‘Het kan niet zo zijn dat er met de ziekenhuizen afspraken gemaakt worden over het verplaatsen van zorg naar de eerste lijn en thuis, zonder goede afspraken over het opvangen van die zorg door de huisarts,’ aldus de voorzitter van de LHV Ella Kalsbeek. Het is belangrijk, aldus Kalsbeek, dat er afspraken komen over de uitvoering van de afspraken.

Tot slot

De realisatie van de plannen komen voor een belangrijk gedeelte terecht op het (inkoop)bord van de zorgverzekeraars; via de zorgcontractering zullen aanbieders de netwerkgeneeskunde moeten realiseren. Hoe zich dat verhoudt tot de vrije gecontracteerde zorg – en daarmee de keuzevrijheid van de patiënt – is nog niet duidelijk. Het toegankelijk houden van de zorg via inperking van de “toegang”, het lijkt welhaast een paradox. Gaan we niet langzaam terug naar de periode van voor 2006? De tijd van de ziekenfondsen en het toestaan van een beperkte tweedeling in de zorg. Rest nog de opmerking te plaatsen hoe de verdere feitelijke restricties in keuzevrijheid zich verhouden tot de patiënten-richtlijn en de Europese rechtspraak.

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:
  • Deel dit bericht via: