Het belang van het kind

Het belang van het kind en de inkleuring van dit begrip heeft mijn bijzondere interesse. Daarom op de website een item over het ‘belang van het kind’. Juridisch te vertalen naar het recht op jeugdhulp als dat nodig is. En hoe dit recht gezien moet worden in het licht van alle recente nieuwsberichten over wachtlijsten in de jeugdzorg, bezuinigingen en ruzies over aanbestedingen. Het ‘belang van het kind’ is dermate fundamenteel dat ik mij de vrijheid permitteer er enkele woorden aan te wijden.

Internationaalrechtelijk erkennen artikel 3 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties (IVRK) en artikel 24 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie het ‘belang van het kind’. Nederland heeft het IVRK ondertekend en geratificeerd. Dat wil zeggen dat Nederland heeft erkend dat kinderen moeten worden gezien als zelfstandige houders van universele, ondeelbare rechten.

Uit de kinder- en mensenrechtenverdragen kan een recht op jeugdhulp worden afgeleid, gelet op de vele bepalingen die betrekking hebben op de ontwikkeling van het kind, onderwijs, de bescherming van kinderen tegen mishandeling, verwaarlozing of uitbuiting, en essentiële voorzieningen voor kinderen.

Hier vloeit een positieve verplichting van de overheid uit voort. De overheid moet verzekeren dat het kind de benodigde bescherming en zorg krijgt en waarborgen dat de instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg beschikbaar zijn.

Het IVRK vormt de basis van alle zorg en bescherming die we rondom kinderen organiseren. Uit dit verdrag vloeit voort dat de inzet van de overheid er op gericht moet zijn dat alle kinderen gezond en veilig opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en naar vermogen meedoen in de samenleving. Dat is in Nederland onder andere uitgewerkt in de Jeugdwet.
De gemeenten hebben met de stelselwijziging de verantwoordelijkheid voor alle jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdreclassering. Daarbij wordt een grote beleidsvrijheid gegeven aan de gemeenten. De gemeenten worden daarmee medeverantwoordelijk voor de uitvoering van de verplichtingen die de Nederlandse Staat heeft op grond van het IVRK.

De Kinderombudsman heeft haar zorgen geuit en aangegeven dat de doelstellingen van de Jeugdwet na drie jaar nog niet zijn bereikt. Margrite Kalverboer: ‘’Nog steeds krijgen niet alle kinderen de zorg die zij nodig hebben. De belofte van de decentralisatie van de jeugdhulp is nog lang niet ingelost.”

Volgens de Kinderombudsman staan fundamentele rechten van kinderen onder druk door de huidige opzet van het jeugdhulpsysteem. Dit is zichtbaar door te lange wachtlijsten, grote kwaliteitsverschillen tussen gemeenten en de samenwerking wordt niet altijd goed gecoördineerd. De wijze van financiering houdt het risico in zich dat het aanbod van de zorg leidend is en niet altijd in de eerste plaats wat het beste is voor een kind.

Kan een zorgaanbieder een gemeente rechtstreeks aanspreken met een beroep op het IVRK? De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2018:792) heeft begin dit jaar overwogen dat het IVRK de belangen van kinderen beschermt en niet de belangen van zorginstellingen. In de betreffende procedure oordeelde de rechter dat er op grond van het IVRK geen sprake kan zijn van onrechtmatig handelen van de gemeente jegens de zorgaanbieder. De vraag is of deze rechtspraak niet haaks staat op de rechtspraak van rechters als het gaat om belangen van patiënten in relatie tot zorgverzekeraars (vgl ECLI:NL:HR:2014:1646).

In onze praktijk zien wij dat het ‘belang van het kind’ voor zorginstellingen het uitgangspunt is en blijft. Ondanks dat de administratieve last en daarbij behorende rompslomp in bepaalde gevallen een financieringsrisico met zich brengt, is een goede en veilige ontwikkeling van het kind doorslaggevend. Ook zien wij dat het hele jeugddomein zich inzet om tot innovatieve oplossingen te komen en dat er veel beweging in het veld is. Het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving tot het ophogen van de leeftijdsgrens naar 23 jaar is daar een goed voorbeeld van. Ook de toenemende participatie van kinderen bij de beleidsvorming vormt een positieve ontwikkeling.

Kortom, er liggen genoeg uitdagingen, maar evenveel kansen, voor alle partijen om te zorgen dat het ‘belang van het kind’ niet in het gedrang komt. Lexsigma ondersteunt en begeleidt zorginstellingen en denkt ‘out of the box’, waarbij ingezet wordt op duurzame oplossingen.

Neem voor meer informatie over dit onderwerp contact op met:
  • Deel dit bericht via: