Column Mechtild Rietveld: Vogeltje in de mijn

Vroeger namen de kompels in de mijnen vaak een parkietje mee naar beneden. Die zijn kwetsbaar en gaan als eerste van hun stokje als er in de mijnschacht onraad is: te weinig zuurstof of gasvorming of te veel stof in de lucht. Vogeltje ligt dan al gauw in katzwijm. Als de mijnwerkers dat zien, weten ze dat ze weg moeten wezen. Zo is het met kinderen ook. Als er iets in hun omgeving mis gaat – bijvoorbeeld armoede, (v)echtscheiding, mishandeling, pesten, slecht/te veel/te weinig eten – dan merk je dat het eerst aan het kind. Die zijn het kwetstbaarst. Het kind gaat als het ware van zijn stokje. Lees verder

Column Mechtild Rietveld: Nog even over wijkteams in gemeentelijk zorgland

Veel gemeenten denken in subsidietermen, verzekeraars in DBC’s. Hulpverleners moeten dan vooraf aangeven wat ze gaan doen met ‘ons’ belasting-verzekerings-geld en wel binnen het gestelde lokale/regionale/verzekeringsbeleid. Je moet per geval tevoren aangeven wat het probleem is en dan kan de subsidie/verzekering, pardon, de zorg beginnen. Bij een gebroken been kan dat snel, maar in andere takken van zorgsport lukt dat vaak niet. In de ggz en in de jeugd(ggz)zorg lukt het meestal pas maanden later om een probleem of het gezin te doorgronden – effe los van wachttijden. Lees verder

Column Mechtild Rietveld: Huichelen en facebook

Ik moet een jaar of vier zijn geweest, toen ik als katholiek zieltje voor het eerst in aanraking kwam met het begrip ‘ziel’. Als je een ‘zonde’ beging, kreeg je een vlek op je ziel. En met veel zonden werd ie zwart. Ik verwarde het woord ‘ziel’ met ‘hiel’. Jarenlang inspecteerde ik scherp mijn hielen. Die mochten niet zwart worden. In mijn beleving huisde de ziel in mijn hiel. Echt heel lang gedacht. Lees verder

Column Mechtild Rietveld: Poortwachters voor de zorgburchten

Huisartsen (en hun praktijkondersteuners) zitten in de woonbuurten, worden betaald door de zorgverzekeraar en als iemand zijn dokter niet goed vindt, gaat ie naar een andere. Een huisarts werkt op basis van de vraag en maakt dus geen ‘werkplan’ – hoewel … er komen steeds meer bureaucratische eisen die ook huisartsen moeten volgen. Lees de huiveringwekkende loeigoeie columns van huisarts Joost Zaat in de Volkskrant. Als je een vraag hebt over gezondheid, ga je naar de huisarts. Die probeert de vraag goed te behandelen of verwijst zo nodig door naar specialisten. We noemen hem poortwachter omdat hij vaak de vraag kan terugbrengen tot gewone proporties en meteen kan behandelen. Of hij opent de poort naar specialere hulp. Je hebt zelfs een wet die Wet Poortwachter heet – iets over ziekteverzuim. En ik zag laatst dat een psychiater bij een ziekenhuis werd aangeduid met ‘poortarts’. Lees verder

Column Mechtild Rietveld: Droste effect

Toen ik voor mijn eerste baan op cursus moest, nam ik voor de zekerheid een vroege trein en belandde in een vrijwel lege hotellobby. Er zat één mevrouw aan de koffie. Zij was van Surinaamse afkomst, zoals je kon zien en ze ook vertelde toen ik bij haar aanschoof. We maakten een gezellig praatje. Geleidelijk aan druppelden er meer mensen binnen. Allemaal mannen, tegenwoordig zou je zeggen witte mannen. Die keken naar ons en wendden zich tot elkaar, ook om gezellig een koffie te doen.

Toen posteerde de cursusleider zich in de deuropening van de lobby en riep de cursisten op om met hem mee te gaan. De heren maakten aanstalten om mee te gaan. Toen ik ook opstond, keken ze verbaasd op. Huh? Hoorde zij er ook bij? Ja dus. Toen stond mijn Surinaamse koffiegenoot ook op. En op mijn beurt was ik verbaasd! Ik dacht dat ze bij de lobby hoorde. Of zoiets. Het was 1978 maar is me altijd bijgebleven.